phone +32 (0)16 36 11 12

CORONA

Het Coronavirus: steunmaatregelen en praktische tips voor werkgevers en belastingplichtigen

Update: 06/04/2021

In deze periode van corona is het onduidelijk voor veel werkgevers en zelfstandigen hoe het nu verder moet met hun onderneming. De overheid stuurt dagelijks bij met nieuwe maatregelen die we verplicht moeten toepassen. Ook financieel zal het geen meevaller zijn.

Omdat we hier allemaal een eerste keer in aanraking mee komen, is het te begrijpen dat goede ondersteuning broodnodig is. Daarom zetten wij graag alle steunmaatregelen en praktische tips voor jullie op een rij zodat het overzicht bewaard wordt.

Stimuleren van thuiswerk/telewerk

In het kader van de overheidsmaatregelen zijn ondernemingen verplicht telewerk te organiseren voor elke functie waar dit mogelijk is, zonder uitzondering.

De werkgever kan voor het telewerk IT-materiaal en internet ter beschikking stellen aan de werknemers. De werkgever kan ook vragen dat werknemers eigen IT-materiaal en internet gebruiken en kan eventueel tussenkomen in de kosten die medewerkers zelf dragen.

Daarnaast is het ook belangrijk jouw verzekeraar arbeidsongevallen op de hoogte te brengen dat meer mensen thuiswerk of telewerk verrichten.

Het verdient aanbeveling reeds in te spelen op mogelijke herhaling van dergelijke situaties in de toekomst en de mogelijkheid tot (occasioneel) telewerk vast te leggen in bv. het arbeidsreglement (uitvoeringsmodaliteiten, te gebruiken apparatuur, software, onkostenvergoedingen,…). Onze diensten kunnen je hierbij verder op weg helpen.

Werkgevers kunnen tijdens de coronacrisis een tijdelijke onkostenvergoeding voor thuiswerk toekennen aan hun werknemers. Deze maandelijkse vergoeding is vrij van belasting en RSZ-bijdragen en bedraagt maandelijks € 129,48.

In het 2de kwartaal van 2021 mag de thuiswerkvergoeding worden verhoogd. Voor werknemers mag ze nu maximum 144,31 euro bedragen.

De aanpassing van deze maatregel geldt zolang de federale maatregelen ter preventie van de verspreiding van het coronavirus van kracht zijn.

Deze maatregel geldt voor alle werknemers die van thuis uit werken. De maatregel is dus ook van toepassing op werknemers die vóór de Covid-19 maatregelen niet van thuis uit werkten. De werkgever en werknemer moeten dus geen formele telewerkovereenkomst hebben afgesloten.

Er wordt geen verschil gemaakt tussen de verschillende categorieën van functies.

Deze bureauvergoeding van € 129,48 per maand dekt de kosten en het gebruik van een bureau in de privéwoning van de werknemer, de kosten voor klein kantoormateriaal, de kosten voor het onderhoud en de reiniging van het bureau, de kosten voor elektriciteit, water en verwarming, de verzekeringen, de onroerende voorheffing, ....

Als werkgever kun je ook een bijkomende kostenvergoeding tot € 40 per maand betalen aan je werknemers voor het gebruik van:

  • een privé internetaansluiting en -abonnement: maximum € 20
  • een privécomputer: maximum € 20

Telewerkregister

Vanaf april 2021 moet elke onderneming per vestigingseenheid en op maandbasis aangeven hoeveel werknemers aanwezig zijn op kantoor om taken uit te voeren die onmogelijk zijn met telewerken. Volgens minister van Werk zal dit de controles vergemakkelijken. De telewerkaangifte dient te gebeuren via de website van de RSZ.

Welke (steun)maatregelen heeft de regering genomen waarop de werkgever kan terugvallen?

Tijdelijke werkloosheid overmacht (coronavirus)

Werkgevers die hun werknemers tijdelijk niet kunnen tewerkstellen door de coronacrisis kunnen gebruik maken van deze regeling. De werknemers ontvangen een werkloosheidsuitkering die wordt verhoogd tot 70% van het begrensd gemiddeld loon, met een maximum van 2.754,76 euro per maand.

De werknemer ontvangt bovenop de werkloosheidsuitkering een supplement van € 5,63 per dag, ten laste van de RVA. Daarnaast werd er een sterk vereenvoudigde aanvraagprocedure en betalingsprocedure ingevoerd.

Deze maatregel is van toepassing op alle werkgevers tot en met 30 juni 2021.

Het is van geen belang of de werkgever erkend is als een uitzonderlijk hard getroffen onderneming of behoort tot een uitzonderlijk hard getroffen sector.

Deze maatregel kan zowel bij een volledige schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (bijv. door een opgelegde sluiting) als een gedeeltelijke schorsing.

Er is een verlaagde bedrijfsvoorheffing van 15% toegepast op de tijdelijke werkloosheidsuitkeringen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. 

De wegens overmacht tijdelijk werkloos gestelde werknemers zijn vrijgesteld van wachttijd. Dit betekent dat ze onmiddellijk recht hebben op uitkeringen en geen bewijs van het aantal arbeids- of gelijkgestelde dagen moeten voorleggen. Voor de periode van 1 februari 2020 tot en met 30 juni 2021 geldt dit ook voor de werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld wegens economische oorzaken.

Meer informatie vind je terug op de website van de RVA of VLAIO.

Meldingsplicht tijdelijke werkloosheid overmacht (coronavirus)

Met ingang vanaf 13 juli 2020 moet er verplicht een melding gebeuren aan de werknemers over de invoering van tijdelijke werkloosheid.

De wijze waarop is vrij te kiezen. Dit kan individueel of collectief gebeuren. Je kan dit doen via e-mail, via een intern portaal, per brief, via uithanging op een zichtbare plaats, ....

Je moet dit doen wanneer de werknemer:

  • Voor de eerste keer tijdelijk werkloos wordt
  • Opnieuw tijdelijk werkloos wordt
  • Een verhoging van de werkloosheidsdagen heeft

En dit ten laatste de dag voor de aanvang van de werkloosheid.

In deze mededeling moeten volgende zaken opgenomen worden:

  • De periode van tijdelijke werkloosheid (begin- en einddatum)
  • De dagen dat de werknemer werkloos is en de dagen dat de werknemer geacht wordt te werken
  • Welke formaliteiten de werknemer moet doen om zijn uitkering aan te vragen

Bij elke wijziging van bovenstaande punten, moet er een nieuwe melding gedaan worden.

Indien er niet wordt voldaan aan de meldingsplicht, kan er geen gebruik gemaakt worden van de tijdelijke werkloosheid en zal er loon verschuldigd zijn.

Tijdelijke werkloosheid opvang kind

In de periode van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021 heeft de werknemer een recht op afwezigheid van het werk en kan hij aanspraak maken op werkloosheidsuitkeringen wanneer hij moet instaan voor de opvang van:

  • een minderjarig kind waarmee hij samenwoont en dat niet naar het kinderdagverblijf of school kan gaan;
  • een gehandicapt kind dat hij ten laste heeft, ongeacht de leeftijd, dat niet naar een centrum voor opvang van gehandicapte personen kan gaan;
  • een gehandicapt kind dat hij ten laste hebt, ongeacht de leeftijd, dat een intramurale of extramurale dienstverlening of behandeling georganiseerd of erkend door de Gemeenschappen geniet;
  • omdat het kinderdagverblijf, school of centrum geheel of gedeeltelijk is gesloten, of omdat geheel of gedeeltelijk afstandsonderwijs is ingevoerd, als gevolg van een maatregel om de verspreiding van het coronavirus te beperken.

De werknemer moet zijn werkgever hier onmiddellijk van op de hoogte brengen. De werkgever mag de tijdelijke werkloosheid niet weigeren.

Ook als het kind zelf in quarantaine of in isolatie moet om de verspreiding van het coronavirus te beperken, kan je hiervan gebruik maken.

Hiervoor moeten de nodige attesten worden ingevuld en bezorgd aan de werkgever.

Meer informatie vind je terug op de website van de RVA.

Beschermingspremie langdurig tijdelijk werklozen

De federale regering heeft beslist om een extra “beschermingspremie” uit te keren aan tijdelijke werklozen. De premie geldt voor alle werknemers in alle sectoren. Werknemers moeten wel sinds het begin van de coronacrisis tot eind november in totaal minstens 2 maanden of 52 werkdagen tijdelijk werkloos zijn geweest door corona.

Het gaat om een eenmalige premie van 10 euro bruto per dag, met een minimum van 150 euro. Wie bijvoorbeeld 60 dagen tijdelijk werkloos was, krijgt 150 euro bruto, of 127,50 euro netto. 

Bijkomende premie specifieke groep werknemers

Werknemers met een laag loon, die langdurig tijdelijk werkloos zijn geweest (meer dan 52 dagen sinds de start van de coronacrisis in maart 2020), en die tewerkgesteld zijn in een sector die op 1 maart 2021 nog steeds verplicht gesloten is, zullen een eenmalige premie ontvangen van maximum 780 euro bruto. Het bedrag hangt af van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid in de maanden januari, februari en maart 2021, al blijft het voorlopig onduidelijk hoe de premie berekend zal worden.

Gelijkstelling vakantiegeld voor tijdelijk werklozen

Er is een akkoord met de sociale partners waardoor de overheid tussenkomt in de financiering van het vakantiegeld voor tijdelijk werklozen aan de hand van een gedeeltelijke compensatie. In de berekening van het vakantiegeld worden de tijdelijke werkloosheidsdagen gelijkgesteld aan gewerkte dagen.

Registratieplicht buitenlandse werknemers in België

Iedere werkgever die een beroep doet op een werknemer/zelfstandige die in het buitenland woont of verblijft voor de uitvoering van werken in de bouwsector, schoonmaaksector, vleessector, land- en tuinbouw in België, moet een register bijhouden. Dit vanaf het begin van de werkzaamheden tot en met 14 dagen na de beëindiging ervan. De registratieplicht telt niet voor grensarbeiders of buitenlandse werknemers met een verblijf in België van minder dan 48 uren. Deze verplichting is van belang voor de contact-tracing en is van toepassing sinds 24 augustus 2020.

Het register moet volgende gegevens bevatten: identificatiegegevens (naam, voornaam, geboortedatum, rijksregisternummer of bisnummer), de verblijfplaats in België en het telefoonnummer. In voorkomend geval, dienen eveneens de namen van de personen opgenomen te worden met wie de werknemer/zelfstandige samenwerkt in België.

Het register moet ter beschikking worden gehouden van de diensten die instaan voor de bestrijding van het virus of het toezicht op de naleving van de opgelegde maatregelen. Vanaf de 15e dag moet het register vernietigd worden.

Indien de werknemer/zelfstandige die in het buitenland woont het ‘Passenger Locator Form’ moet invullen als deze België binnen komt, is de werkgever verplicht om na te gaan of het formulier werd ingevuld. Deze controle moet gebeuren alvorens de werkzaamheden in België starten.

Update: Deze verplichting is van 12.01.2021 tot 01.03.2021 uitgebreid naar alle werkgevers/sectoren. Bovendien moeten werknemers of zelfstandigen ook een bewijs kunnen voorleggen dat ze max. 72 uur voor aanvang van hun werk in België een negatieve Coronatest hebben afgelegd.

Bijkomende vragen i.v.m. personeel

Wat met sneltests en zelftests?

De overheid heeft sneltests ter beschikking gesteld van ondernemingen. De sneltesten zullen ingezet worden in bedrijven waar telewerk niet mogelijk is.

  • Je kan intekenen op dat aanbod tot 1 mei.
  • De testen zijn gratis.
  • De testen zijn bedoeld voor al wie niet kan telewerken. Dat blijft een hele ruime groep; daarom werkte de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming criteria uit; die vind je terug op de website van de overheid.
  • Je aanvraag richt je aan je arbeidsarts of externe dienst. Die bepaalt in het licht van de opgestelde criteria of het zinvol is sneltesten te gaan inzetten. Opgelet! De tests zelf zijn gratis maar de inzet van de externe dienst is dat niet.
  • Inzet van sneltesten gebeurt dus altijd via de arbeidsarts; en werknemers kunnen niet verplicht worden een sneltest te laten afnemen.

Daarnaast zullen vanaf 6 april ook zelftesten via de apotheker beschikbaar zijn. Daarmee kan je als burger zelf aan de slag.

Vaccinatieverlof (klein verlet)

Jouw werknemer mag - met loonbehoud - van het werk afwezig zijn, wanneer hij zich tijdens de uren laat vaccineren tegen het coronavirus. Dat klein verlet omvat de tijd die wordt doorgebracht in het vaccinatiecentrum én de tijd die nodig is om zich van en naar het centrum te verplaatsen.

De wet geldt voor al jouw werknemers die gebonden zijn aan een arbeidsovereenkomst. Ook jobstudenten, uitzendkrachten en werknemers die telewerk verrichten vallen dus onder de wet. Leerlingen, stagiairs en vrijwilligers vallen niet onder deze wet, aangezien zij niet worden tewerkgesteld op grond van een arbeidsovereenkomst.

Het recht op klein verlet heeft betrekking op de vaccinatie zelf.  Als jouw werknemer ten gevolge van de vaccinatie ziek zou worden, dan gelden de gewone regels inzake arbeidsongeschiktheid en gewaarborgd loon.

Alleen als jij daar als werkgever specifiek om vraagt, moet jouw werknemer bewijzen dat hij zijn recht op klein verlet heeft gebruikt om zich te laten vaccineren. Dat doet hij door het document te tonen dat de afspraak bevestigt om op een bepaald tijdstip aanwezig te zijn op een plaats waar de vaccinatie wordt toegediend. Vermeldt de afspraakbevestiging die gegevens niet, kan hij de uitnodiging tot vaccinatie voorleggen.

Maatregelen RSZ 

Werkgevers die moeilijkheden ondervinden om de werkgeversbijdragen te betalen, kunnen minnelijke afbetalingstermijnen aanvragen die zij verschuldigd zijn omwille van personeel.

De maatregel is van toepassing op de volgende bijdragen:

  • de bijdragen voor het vakantiegeld van het boekjaar 2019 en het boekjaar 2020
  • sociale bijdragen voor het 1e, 2de, 3de en 4de kwartaal van 2020 en het 1ste en 2de kwartaal 2021
  • bepaalde wijzigingen van bijdragen

Dit minnelijk afbetalingsplan heeft een duur van maximaal 24 maanden. 

Daarnaast geldt er nog steeds het klassieke minnelijk afbetalingsplan dat geldt voor alle kwartalen en rechtzettingen.

Fiscale maatregelen

De mogelijkheid bestaat om bij de fiscus een afbetalingsplan te vragen voor de volgende fiscale schulden:

  • Bedrijfsvoorheffing;
  • Btw;
  • Personenbelasting;
  • Vennootschapsbelasting;
  • Rechtspersonenbelasting.

Er geldt een gegarandeerde vrijstelling van nalatigheidsinteresten en een kwijtschelding van boeten wegens niet-betaling. De beoogde schulden mogen niet voortkomen uit fraude en de aangepaste (zie hieronder) voorwaarden voor het indienen van de aangiften moeten nageleefd worden.

Bij niet-naleving van het afbetalingsplan (behalve indien de schuldenaar tijdig contact opnam met de administratie) of in het geval van een collectieve insolventieprocedure zullen de steunmaatregelen ingetrokken worden.

Bovenstaande steunmaatregelen gelden niet voor ondernemingen die onafhankelijk van het coronavirus structurele betaalmoeilijkheden kennen.

Per schuld moet er een aanvraag worden ingediend op het ogenblik van ontvangst van een aanslagbiljet of betaalbericht en dit bij het bevoegd Regionaal Invorderingscentrum (RIC).

Deze steunmaatregel is geldig tot en met eind juni 2021.

Maatregelen voor zelfstandigen 

Uitstel betaling sociale bijdragen

Zelfstandigen die getroffen worden door de gevolgen van het coronavirus, kunnen een schriftelijke aanvraag indienen bij hun sociaal verzekeringsfonds om de betaling van hun voorlopige bijdragen uit te stellen.

De maatregel geldt voor de voorlopige bijdragen van het eerste en tweede kwartaal van 2021 en voor de regularisatiebijdragen van kwartalen van 2018 en 2019 die vervallen op 31 maart 2021 of op 30 juni 2021. Die bijdragen mogen nog niet zijn betaald.

Je moet het betalingsuitstel aanvragen bij het sociaal verzekeringsfonds waarbij men aangesloten is. In de aanvraag moet je steeds vermelden dat je het betalingsuitstel aanvraagt omwille van het coronavirus.

Vrijstelling van sociale bijdragen aanvragen

Je kan een aanvraag tot vrijstelling van bijdragen indienen bij het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) omdat je door het coronavirus financiële problemen hebt (men kan deze aanvraag via het sociaal verzekeringsfonds laten verlopen).

Je kan deze vrijstelling aanvragen voor:

  • de voorlopige bijdragen van het eerste, tweede, derde en vierde kwartaal van 2020;
  • de voorlopige bijdragen van het eerste en tweede kwartaal van 2021;
  • de regularisatiebijdragen van kwartalen van 2018 en 2019 die vervallen zijn in 2020.
  • de regularisatiebijdragen van kwartalen in 2018 en 2019 met vervaldag op 31 maart 2021 of op 30 juni 2021.

Opgelet! Je bouwt geen pensioenrechten op voor de kwartalen waarvoor je wordt vrijgesteld. Je kunt die kwartalen later nog regulariseren via een afkooppremie om ze toch te laten meetellen voor je pensioenberekening. Hiervoor heb je vijf jaar de tijd.

Verlagen van de voorlopige sociale bijdragen

De sociale bijdragen van zelfstandigen worden berekend op basis van het netto belastbaar inkomen van het jaar zelf. Het werkelijk netto belastbaar inkomen is maar definitief gekend na twee jaar. Daarom betaal je eerst voorlopige bijdragen, met daarna een herziening.

Dreig je in het jaar 2021 minder te verdienen door het coronavirus, dan kan je de voorlopige bijdragen laten aanpassen. Deze aanvraag kan je best rechtstreeks richten aan het sociaal verzekeringsfonds waarbij je aangesloten bent.

Overbruggingsrecht zelfstandigen

Zelfstandigen kunnen tijdens de coronacrisis in 2021 nog steeds een beroep doen op één van de uitkeringen van het Overbruggingsrecht: het 'Dubbel corona-overbruggingsrecht, het 'Crisis-overbruggingsrecht-omzetdaling' of het 'Crisis-overbruggingsrecht-quarantaine/zorg kind'. 

  1. Het 'Dubbel corona-overbruggingsrecht' wordt verlengd tot en met eind juni 2021. Dit kan worden aangevraagd door zelfstandigen uit verplicht gesloten sectoren. Ook als je zelfstandige activiteit hoofdzakelijk afhankelijk is van dergelijke zelfstandige activiteit die verplicht werd te sluiten, kan je een beroep doen op deze uitkering als je de activiteit volledig onderbreekt. 
  2. Het 'Crisis-overbruggingsrecht-omzetdaling pijler 2' wordt tot en met eind juni 2021. Wie geconfronteerd wordt met een aanzienlijke omzetdaling ten gevolge van de coronacrisis, kan deze uitkering aanvragen ongeacht de sector. 
  3. In bepaalde situaties is het mogelijk om het 'Crisis-overbruggingsrecht bij quarantaine of zorg voor een kind pijler 3' te bekomen. Dit wordt verlengd tot en met eind juni 2021.
  4. De inwerkingtreding van het 'Crisis-overbruggingsrecht pijler 1' wordt uitgesteld tot 1 juli 2021.

Meer informatie kan je terugvinden op de website van VLAIO.

Relance- of heropstartpremie

De regering heeft beslist om een apart overbruggingsrecht te voorzien als ondersteuning tijdens de heropstart. De 'relance-uitkering' zal even hoog zijn als het crisis-overbruggingsrecht. De relance-uitkering bedraagt 1.291,69 euro per maand als alleenstaande of 1.614,10 euro met gezinslast. 

Het is gericht naar ondernemers waarvan de activiteit op 3 mei 2020 nog verplicht gesloten was of verboden én waarvan de omzet of bestellingen tijdens het tweede kwartaal van dit jaar met minstens 10% t.o.v. dezelfde periode vorig jaar zijn gedaald. 

Voor de maanden oktober, november en december kan dit ten laatste op 30 juni 2021 aangevraagd worden. 

Recht op een uitkering arbeidsongeschiktheid

In de context van de corona-pandemie kunnen sommige arbeidsongeschikt erkende zelfstandigen een aanvullende crisisuitkering ontvangen. 

Je ontvangt een aanvullende crisisuitkering als je in 1 van de volgende 2 situaties zit:

  • Situatie 1: de primaire ongeschiktheid  is ten vroegste op 1 maart 2020 begonnen en …
    • bent sindsdien minstens 8 kalenderdagen arbeidsongeschikt erkend
    • was bij de start van de arbeidsongeschiktheid een zelfstandige in hoofdberoep (of gelijkgesteld) of een meewerkende echtgenoot
    • je bent een samenwonende gerechtigde.

Let op: in deze situatie ontvangt je de aanvullende crisisuitkering niet langer na het 1e jaar van de arbeidsongeschiktheid.

  • Situatie 2: Je hebt de toegelaten activiteit tijdens de arbeidsongeschiktheidten vroegste op 1 maart 2020 stopgezet en …
    • hebt die toegelaten activiteit sindsdien gedurende minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen stopgezet (toekenning van de aanvullende crisisuitkering voor deze dagen van stopzetting van de toegelaten activiteit)
    • je bent een samenwonende gerechtigde.

Let op: in deze situatie is het niet noodzakelijk dat de arbeidsongeschiktheid ten vroegste op 1 maart 2020 is begonnen.

Het ziekenfonds zal de aanvullende crisisuitkeringen samen met de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen betalen. Deze maatregel is van toepassing tot en met eind juni 2021.


Maatregelen VLAANDEREN

Vlaams beschermingsmechanisme 5

Deze premie is voor Vlaamse ondernemers die door de maatregelen vanaf 28 oktober 2020, vanwege het coronavirus te maken hebben met een omzetdaling van minstens 60% in de periode van 1 februari 2021 tot en met 28 februari 2021, t.o.v. dezelfde periode van 2020.

Wie verplicht moet sluiten kan voor de sluitingsperiode steun aanvragen zonder de omzetdaling aan te tonen. Ben je een restaurant dat in de periode van 1 februari 2020 tot en met 28 februari 2020 50% of meer van zijn omzet uit take away-activiteiten haalde, dan moet je ook de omzetdaling aantonen om in aanmerking te komen voor steun. 

De premie bedraagt 10% van de omzet tijdens dezelfde periode in 2020, beperkt tot een bepaald bedrag dat varieert in functie van het aantal RSZ ingeschreven werknemers. Zelfstandigen in bijberoep krijgen 5% steun. 

De premie kan je aanvragen vanaf 16 maart 2021 tot en met 15 april 2021 op de website van het Agentschap Innoveren & Ondernemen (VLAIO).

Meer informatie vind je op de website van VLAIO.

Globalisatiemechanisme

Het globalisatiemechanisme biedt steun aan ondernemingen die in de periode van 1 april 2019 tot en met 31 december 2019 een minimum omzet van € 450.000 hadden en die in de periode van 1 april 2020 tot en met 31 december 2020 een omzetdaling van minstens 60% én een boekhoudkundig verlies hebben geleden door de coronamaatregelen.

Een aanvraag indienen kan vanaf 1 april 2021 tot en met 30 september 2021.

Bij de aanvraag zullen een aantal bewijsstukken verplicht bijgevoegd moeten worden. Gebruik hiervoor alleen de in te vullen documenten die VLAIO ter beschikking stelt. 

Meer informatie vind je op de website van VLAIO.

Uitstel betaling onroerende voorheffing

Ondernemingen krijgen 4 maanden langer de tijd om de onroerende voorheffing voor 2020 te betalen. Was je op 1 januari 2020 eigenaar van een onroerend goed? Dan ben je in principe verplicht de heffing te betalen tegen 31 december. Door de maatregel kan je de verschuldigde onroerende voorheffing nu in schijven aflossen tegen eind april. Tot die deadline rekent de Vlaamse overheid ook geen intresten aan.

Alle bedrijven die op hun aanslagbiljet een wettelijke betaaltermijn van 31 december zien, mogen dat negeren.

Let op! De Vlaamse Belastingdienst verleent bedrijven het uitstel automatisch. Indien je een eenmanszaak hebt, moet de verlenging van de betalingstermijn zelf aanvragen.

Flexibiliteit naar voorwaarden steunmaatregelen en subsidies

Ondernemingen die ten gevolge van de crisis het moeilijk krijgen om de termijnen na te komen die voorzien zijn bij bepaalde subsidies van het VLAIO, kunnen met het Vlaams Agentschap Innoveren & Ondernemen in overleg gaan over de mogelijkheid van de verlenging van deze termijnen.


Zit je nog met vragen of vind je niet onmiddellijk terug waar je naar op zoek bent? Contacteer ons gerust per telefoon op 016 36 11 12 of via mail op info@lindra.be.

keyboard_arrow_up

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x